Bookbot

Twee steden

Opkomst van Constantinopel; neergang van Rome, 330-608

Autorzy

Ocena książki

Parametry

  • 360 stron
  • 13 godzin czytania

Więcej o książce

In 330 stichtte keizer Constantijn een nieuwe stad: Constantinopel. Al snel werd die stad `het nieuwe Rome genoemd. Vaak wordt beweerd dat het oude Rome vervolgens verviel en dat Constantinopel direct zijn plaats innam. Maar dat ging geleidelijk. In Twee steden legt Fik Meijer beide steden naast elkaar. In Rome lieten de keizers het afweten en bezochten de stad niet meer; pausen sprongen in dat machtsvacuüm. Visigoten en Vandalen plunderden de stad. Het aantal inwoners liep terug. Tegelijkertijd werd de stad omgevormd tot het centrum van de christelijke wereld. In de hoofdstukken over Constantinopel vertelt Meijer over de voorgeschiedenis en inrichting van de nieuwe stad. Over het Nika-oproer, dat in 532 bijna de hele stad in de as legde, en over de wederopbouw, met de Hagia Sophia als pronkstuk. En dan zijn er de pogingen om het Romeinse rijk in oude luister te herstellen en de desastreuze gevolgen van de pest. Het boek eindigt in het begin van de zevende eeuw, als de mediterrane wereld mede door de opkomst van de Arabieren een ander aanzicht krijgt.

Zakup książki

Twee steden, Fik Meijer

Język
Rok wydania
2013
Oprawa
(miękka)
Jak tylko się pojawi, wyślemy Ci wiadomość e-mail.

Metody płatności

3,5
Dobra
79 Ocena

Brakuje nam tutaj Twojej recenzji.

Tytuł
Twee steden
Podtytuł
Opkomst van Constantinopel; neergang van Rome, 330-608
Język
holenderski
Autorzy
Fik Meijer
Rok wydania
2013
Oprawa
miękka
Liczba stron
360
ISBN10
902530124X
ISBN13
9789025301248
Seria
Ocena
3,5 z 5
Opis
In 330 stichtte keizer Constantijn een nieuwe stad: Constantinopel. Al snel werd die stad `het nieuwe Rome genoemd. Vaak wordt beweerd dat het oude Rome vervolgens verviel en dat Constantinopel direct zijn plaats innam. Maar dat ging geleidelijk. In Twee steden legt Fik Meijer beide steden naast elkaar. In Rome lieten de keizers het afweten en bezochten de stad niet meer; pausen sprongen in dat machtsvacuüm. Visigoten en Vandalen plunderden de stad. Het aantal inwoners liep terug. Tegelijkertijd werd de stad omgevormd tot het centrum van de christelijke wereld. In de hoofdstukken over Constantinopel vertelt Meijer over de voorgeschiedenis en inrichting van de nieuwe stad. Over het Nika-oproer, dat in 532 bijna de hele stad in de as legde, en over de wederopbouw, met de Hagia Sophia als pronkstuk. En dan zijn er de pogingen om het Romeinse rijk in oude luister te herstellen en de desastreuze gevolgen van de pest. Het boek eindigt in het begin van de zevende eeuw, als de mediterrane wereld mede door de opkomst van de Arabieren een ander aanzicht krijgt.