Bookbot

Waar blijft de ziel?

Ocena książki

Parametry

  • 148 stron
  • 6 godzin czytania

Więcej o książce

Dit essay is geschreven met de humor en de nuchtere gevoeligheid die Bert Keizer eigen zijn. Hij verzet zich tegen het populaire idee dat 'wij ons brein zijn' en vraagt zich af wanneer en waarom wij vinden dat plant, dier en mens al dan niet een ziel hebben, en of ze die ook kwijt kunnen raken.We zien graag bezieling, geestelijk leven in de wereld om ons heen. Vroeger waren we zelfs nog gretiger in dit opzicht. Toen dachten we dat zon, maan, sterren, donderwolken, bomen, planten, vulkanen en zelfs ziektes een ziel hadden. Alles om ons heen zat net zo vol bedoelingen als wijzelf. De wereld keek ons aan. De Grieken waren de eersten die zich na een blik op de wereld afvroegen: kijkt-ie nou terug of niet? Tweeduizend jaar later schreef Pascal na een blik op de nachtelijke sterrenhemel: 'De eeuwige stilte van die oneindige ruimte maakt me bang.' Hij kreeg het doodsbenauwd bij de gedachte dat de wereld niet terugkijkt. Het zou immers betekenen dat wij, kosmisch gesproken, alleen zijn, en als er iets is waar deze slimme aap niet tegen kan, dan is het wel alleen zijn.

Zakup książki

Waar blijft de ziel?, Bert Keizer

Język
Rok wydania
2012
Oprawa
(miękka)
Jak tylko się pojawi, wyślemy Ci wiadomość e-mail.

Metody płatności

3,5
Dobra
61 Ocena

Brakuje nam tutaj Twojej recenzji.

Tytuł
Waar blijft de ziel?
Język
holenderski
Rok wydania
2012
Oprawa
miękka
Liczba stron
148
ISBN10
9047704657
ISBN13
9789047704652
Seria
Tagi
Ocena
3,5 z 5
Opis
Dit essay is geschreven met de humor en de nuchtere gevoeligheid die Bert Keizer eigen zijn. Hij verzet zich tegen het populaire idee dat 'wij ons brein zijn' en vraagt zich af wanneer en waarom wij vinden dat plant, dier en mens al dan niet een ziel hebben, en of ze die ook kwijt kunnen raken.We zien graag bezieling, geestelijk leven in de wereld om ons heen. Vroeger waren we zelfs nog gretiger in dit opzicht. Toen dachten we dat zon, maan, sterren, donderwolken, bomen, planten, vulkanen en zelfs ziektes een ziel hadden. Alles om ons heen zat net zo vol bedoelingen als wijzelf. De wereld keek ons aan. De Grieken waren de eersten die zich na een blik op de wereld afvroegen: kijkt-ie nou terug of niet? Tweeduizend jaar later schreef Pascal na een blik op de nachtelijke sterrenhemel: 'De eeuwige stilte van die oneindige ruimte maakt me bang.' Hij kreeg het doodsbenauwd bij de gedachte dat de wereld niet terugkijkt. Het zou immers betekenen dat wij, kosmisch gesproken, alleen zijn, en als er iets is waar deze slimme aap niet tegen kan, dan is het wel alleen zijn.