Bookbot

Więcej o książce

Biologische psychiatrie is sinds de tweede helft van de 19e eeuw een belangrijk onderwerp, met een zoektocht naar biologische oorzaken van psychiatrische aandoeningen. Zelfs Freud richtte zich op deze richting, hoewel de kennis en technieken in de vroege 20e eeuw nog niet toereikend waren voor significante vooruitgang. Dit leidde tot een focus op het observeren en categoriseren van psychiatrische ziektebeelden, waarbij Kraepelin een cruciale rol speelde en zijn invloed terug te vinden is in de DSM. Tegelijkertijd ontwikkelden psychologen fysiologische theorieën, met de leertheorie als een belangrijke. Freud's psychoanalyse domineerde de psychiatrie tot ver in de 20e eeuw, waarbij de nadruk lag op vroegkinderlijke ervaringen. Echter, deze benadering verloor aan invloed door de zwakke fundamenten. In de late jaren vijftig werden de eerste moderne psychofarmaca geïntroduceerd, maar een echte doorbraak in de biologische psychiatrie bleef uit, mede door de opkomst van de antipsychiatrie in de jaren zestig en zeventig, die afwijkend gedrag als een maatschappelijk probleem beschouwde. Pas aan het eind van de jaren zeventig kon de biologische psychiatrie herleven met succesvolle nieuwe medicijnen en technieken die breinprocessen zichtbaar maakten. Tegenwoordig heeft de biologische psychiatrie drie onbetwiste kwaliteiten verworven: niveau, legitimiteit en wetenschappelijk aanzien. De Nederlandse psychiatrie heeft de afgelopen 15 jaar

Zakup książki

Handboek Neurobiologische psychiatrie, Johannes Eduard Joseph Marie Hovens, Antonius Joseph Maria Loonen, Leo Timmerman

Język
Rok wydania
2004
Oprawa
(twarda)
Jak tylko się pojawi, wyślemy Ci wiadomość e-mail.

Metody płatności

Nikt jeszcze nie ocenił.Oceń

Tytuł
Handboek Neurobiologische psychiatrie
Język
holenderski
Rok wydania
2004
Oprawa
twarda
Liczba stron
405
ISBN10
9058980499
ISBN13
9789058980496
Seria
Opis
Biologische psychiatrie is sinds de tweede helft van de 19e eeuw een belangrijk onderwerp, met een zoektocht naar biologische oorzaken van psychiatrische aandoeningen. Zelfs Freud richtte zich op deze richting, hoewel de kennis en technieken in de vroege 20e eeuw nog niet toereikend waren voor significante vooruitgang. Dit leidde tot een focus op het observeren en categoriseren van psychiatrische ziektebeelden, waarbij Kraepelin een cruciale rol speelde en zijn invloed terug te vinden is in de DSM. Tegelijkertijd ontwikkelden psychologen fysiologische theorieën, met de leertheorie als een belangrijke. Freud's psychoanalyse domineerde de psychiatrie tot ver in de 20e eeuw, waarbij de nadruk lag op vroegkinderlijke ervaringen. Echter, deze benadering verloor aan invloed door de zwakke fundamenten. In de late jaren vijftig werden de eerste moderne psychofarmaca geïntroduceerd, maar een echte doorbraak in de biologische psychiatrie bleef uit, mede door de opkomst van de antipsychiatrie in de jaren zestig en zeventig, die afwijkend gedrag als een maatschappelijk probleem beschouwde. Pas aan het eind van de jaren zeventig kon de biologische psychiatrie herleven met succesvolle nieuwe medicijnen en technieken die breinprocessen zichtbaar maakten. Tegenwoordig heeft de biologische psychiatrie drie onbetwiste kwaliteiten verworven: niveau, legitimiteit en wetenschappelijk aanzien. De Nederlandse psychiatrie heeft de afgelopen 15 jaar