Weinig jeugdbonden hebben zozeer het beeld van de jeugdbeweging bepaald als de AJC. Ger Harmsen beschrijft in zijn studie over de Nederlandse jeugdbeweging de prominente rol van de AJC van de oprichting in 1918 tot de opheffing in 1959. André van der Louw legt in dit verrassende boek de ontstaan, ontwikkeling en ondergang van de AJC vast, met een kritische blik. Hij onthult de gelijkhebberigheid, zelfgenoegzaamheid, puritanisme en wereldvlucht die schuilgingen achter het ethisch gerichte idealisme dat Koos Vorrink typeerde. Van der Louw herwaardeert de transito-functie van de AJC in de vorming van een socialistische cultuur. De theorieën van Hendrik de Man en Koos Vorrink, die het socialisme als cultuurbeweging wilden heroriënteren, werden in de AJC-subcultuur in praktijk gebracht met eigen riten, symbolen en tradities. Een veldtocht tegen banaliteit en wansmaak werd georganiseerd, met kritiek op vloeken, pornografie, dancings, en meer. Deze nadruk leidde echter ook tot extreem anti-communisme en een afkeer van de massa, wat een maatschappelijke onaangepastheid in de hand werkte. Na 1945 stortte de wereld van de AJC ineen door kritiekloos vast te houden aan vooroorlogse tradities, wat leidde tot de ondergang van de AJC als keurige groep.
Andre van der Louw Książki
